In een Myceense tombe vinden Amerikaanse archeologen een rare kubus. De Griekse leider van de expeditie doet moeilijk -- hij is kolonel in het nieuwe regime -- dus de Amerikanen gaan er vandoor, met de kubus. Terug in Boston kunnen ze de vreemde meetresultaten van hun apparatuur moeilijk verklaren. Tot een bij het team gehaalde wiskundige berekent [SPOILER ALERT] dat er in de kubus een singulariteit zit van een nieuw type -- eentje die gekoppeld hoort te zijn aan een tweeling/tegenhanger, maar daarvan gescheiden is geraakt, met mogelijk desastreuze gevolgen.
Het komt niet vaak voor, maar dit boek had ik bijna niet uitgelezen. De eerste bijna 150 pagína's ploeteren maar voort met die Grieken, waarvan niet duidelijk is waar die verhaallijn toe dient. Uiteindelijk komt het wel allemaal min of meer van pas, maar volgens mij was er met het uitgangspunt van die tweeling-singulariteiten een spannender boek mogelijk geweest met minder aanloopgedoe.
Grappig -- de hoofdpersoon, de Amerikaanse archeologe, verwijt de wiskundige "zondagskatern-archeologie" als hij meent dat Kreta het verloren Atlantis is. Maar zelf draait ze haar hand niet om voor een stevig staaltje "zondagskatern-linguistiek":
"[...] I decided to stop at a reading knowledge of German when I discovered that the word for maiden took a neuter article -- das Mädchen."
"So?"
"Only by getting married could I get a feminine article, die Frau. That told me enough about the German mentality."